Eerste grootschalige verdeling van 800.000 mondmaskers aan de Brusselaars

Overeenkomstig de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad van 24 april 2020 om de bevolking aan te bevelen een mondmasker te dragen, wil het Brussels Hoofdstedelijk Gewest elke Brusselse burger een masker aanbieden. Een bestelling van 3,5 miljoen maskers werd geplaatst door Brussel Preventie en Veiligheid (BPV) en Iriscare, met hulp van hub.brussels om het lastenboek op te stellen en de producenten in Brussel en omgeving te identificeren.

Op woensdag 20 mei wordt een eerste lading van 800.000 maskers verdeeld onder de gemeentelijke overheden, de Brusselse gewestambtenaren (besturen en instellingen van openbaar nut), het personeel van de gemeentebesturen en OCMW’s. De maskers zijn gecertificeerd, vervaardigd in een wasbare stof, herbruikbaar en dubbel gelaagd. Er kan ook een filter in geplaatst worden.
 
Die grootschalige verdeling zal de volgende weken gestaag worden voortgezet. Tegen eind mei moet iedere Brusselaar ouder dan drie jaar van het Gewest een mondmasker gekregen hebben en in de loop van de maand juni volgt nog een tweede.

Voor deze eerste verdeling wordt nauw samengewerkt met de gemeentelijke overheden, die zelf bevoegd zijn om te bepalen hoe de maskers verdeeld worden onder hun inwoners, maar ook onder de volgende structuren: 

  • het personeel van de Brusselse instellingen en van de gemeenschapscommissies (COCOF, COCOM, COCON)
  • de plaatselijke gemeenschappen en OCMW’s;
  • de verblijfscentra voor volwassenen;
  • de diensten voor gezinshulp; 
  • de revalidatiecentra;
  • de opvang- en verblijfscentra voor personen met een handicap;
  • de psychiatrische verzorgingstehuizen;
  • de sociale collectieve instanties (opvang- en verblijfscentra, nachtopvang, sociale contactpunten, enz.);
  • de sociale economiebedrijven;
  • de opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven georganiseerd in vzw’s
  • de sport- en cultuurverenigingen die erkend zijn door het Brussels Gewest en de Gemeenschapscommissies

 Het dragen van een stoffen mondmasker – of comfortmasker – op het openbaar vervoer en daar waar de fysieke afstand niet gegarandeerd kan worden, vormt een kernonderdeel van de versoepeling van de lockdown. Het is een burgerlijk en ondersteunend gebaar van bescherming, een extra gebaar naast de andere gezondheidsmaatregelen.

Afbouw: opstart van fase 2 vanaf 18 mei

Vandaag, woensdag 13 mei, is de Nationale Veiligheidsraad (NVR) uitgebreid met de ministers-presidenten bijeengekomen. De NVR heeft op basis van het verslag van de experts van de GEES beslist om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten.

In deze fase gaat het vooral over de geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.

Een tweede aspect in deze fase is cultuur. De NVR heeft beslist dat musea en culturele bezienswaardigheden – historische gebouwen en monumenten, kastelen, citadellen – vanaf 18 mei weer open kunnen, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem opzetten en de nodige maatregelen nemen om te vermijden dat het te druk wordt. Bibliotheken blijven open, onder dezelfde voorwaarden als nu.

Wat het economische leven betreft – daar is beslist dat de contactberoepen in deze fase hun activiteit kunnen hernemen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren. Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden –  opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.

Tot slot zijn er nog een aantal andere beslissingen genomen met betrekking tot sport en vrije tijd. Trekpleisters in de natuur, zoals dierenparken, zullen ook weer open mogen gaan, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem invoeren om de toegang voor het publiek te beperken, een circulatieplan opstellen en dat cafetaria’s en restaurants gesloten blijven, net als attracties en speeltuinen. Reguliere sporttrainingen en -lessen in de buitenlucht en in clubverband mogen worden hervat, als ze de veiligheidsafstand respecteren en als er een coach aanwezig is. De groepen mogen niet groter zijn dan 20 personen en sportclubs mogen alleen heropenen op voorwaarde dat alle maatregelen worden genomen om de veiligheid van de sporters te waarborgen. Wat huwelijken en begrafenissen betreft, zal het mogelijk zijn om vanaf 18 mei een maximum van 30 personen te ontvangen op plechtigheden, onder bepaalde voorwaarden, waaronder het respecteren van de veiligheidsafstand. Het is echter niet toegestaan om na de plechtigheid een receptie te organiseren.

De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen. Er zijn veel activiteiten die weer opstarten en dat heeft een impact op de contacten tussen mensen. Het is de bedoeling om mensen gespreid in de tijd hun gewoontes weer te laten opnemen, om dat zo veilig mogelijk te kunnen doen.  

Het gedetailleerde plan voor de geleidelijke afbouw van alles wat sport en cultuur is, zal worden gecommuniceerd zodra er een akkoord over is met de GEES. Hetzelfde geldt voor de geleidelijke hervatting van de toeristische activiteiten en de heropening van restaurants, terrassen en cafés.

We zullen ook moeten bekijken in welke fase en onder welke voorwaarden we de sociale contacten kunnen uitbreiden, zomerstages en jeugdkampen kunnen laten doorgaan, erediensten kunnen laten hernemen en manifestaties en evenementen van diverse omvang kunnen laten doorgaan.

We kunnen u nu al zeggen dat alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen verboden zijn tot en met 30 juni.

Brussel heeft zijn ‘contact tracing’-systeem ontwikkeld

De Nationale Veiligheidsraad heeft besloten dat de inperkingsmaatregelen geleidelijk zullen worden afgebouwd vanaf 4 mei en dat deze afbouw afhankelijk zal zijn van een uitgebreide sreening (testen) en een grootschalige opvolging van contacten (contact tracing). Het is aan de deelentiteiten om dit systeem praktisch op te zetten.

Het virus is nog steeds aanwezig in België. Om de inperkingsmaatregelen te kunnen beëindigen en terug te keren naar een meer normaal leven, stellen de deskundigen voor om besmette personen in quarantaine te plaatsen en degenen met wie ze recent contact hadden, zo snel mogelijk te verwittigen, zodat die zichzelf kunnen monitoren en zich ook kunnen isoleren. We evolueren van een algemene afzondering naar een isolering van personen die aan het risico op besmetting zijn blootgesteld. Het is een collectieve solidariteitsactie die wordt ondersteund door een opvolging van contacten in heel het land.

Op initiatief van de gewestelijke minister van Gezondheid en Welzijn, Alain Maron, is het Brusselse systeem voor de bestrijding van de epidemie onlangs door de regering goedgekeurd. Het zal dus, zoals gepland, op maandag 4 mei de testfase kunnen ingaan om operationeel te zijn vanaf maandag 11 mei, de echte start van de geleidelijke afbouw van de inperkingsmaatregelen.

Het systeem zal bestaan uit een callcenter met 170 medewerkers en een terreinteam met 65 medewerkers om de personen te bereiken die niet telefonisch konden worden gecontacteerd. Om deze operatie tot een goed einde te brengen, heeft de Brusselse overheid de beschikbare personen binnen de administraties geheroriënteerd, maar ook en vooral een beroep gedaan op de mutualiteiten, die zich om verschillende redenen als voorkeurspartner hebben geprofileerd:

  • ze beschikken over een gevestigde expertise in gezondheidszaken en zijn betrouwbare partners vanwege hun organisatorische kracht;
  • ze kunnen snel grote personele middelen beschikbaar stellen en deze voortdurend aanpassen aan de behoeften, naarmate de situatie op het terrein verandert;
  • ze voldoen al lang aan de privacy-vereisten en kunnen ‘tutorials’ aanbieden aan het contactcenterpersoneel;
  • ze hebben, voor de huisbezoeken aan personen die niet door het callcenter konden worden bereikt, kennis van het Brusselse werkveld, de doelgroepen en de maatschappelijke bezorgdheden.

Om in de nodige capaciteit te voorzien, zijn de mutualiteiten van plan om samen te werken met het callcenter van N-Allô.

De ‘contact tracing’-procedures, die tussen alle entiteiten zijn overeengekomen en dus in heel België identiek zullen zijn, zullen als volgt verlopen:

  1. In eerste instantie wordt aan elke persoon met symptomen gevraagd contact op te nemen met de huisarts. In het Brusselse gewest kunnen personen zonder huisarts contact opnemen met het nummer 1710 om er een te vinden.
  2. Met de arts wordt een eerste evaluatie gemaakt om de eerste maatregelen te nemen en, indien nodig, een screeningtest uit te voeren.
  3. De arts of het laboratorium voert de gegevens van de besmette persoon in de centrale databank in.
  4. Een eerstelijnsmedewerker van het callcenter neemt contact op met de betrokken persoon, informeert die over het resultaat, verifieert de symptomen en geeft instructies om de verspreiding van de epidemie te voorkomen, met inbegrip van een quarantaine gedurende 14 dagen. De medewerker stelt met de betrokken persoon de lijst op van de personen die deze heeft ontmoet in de 48 uur vóór het begin van de symptomen tot aan de isolering. Deze contacten worden gerangschikt in functie van het risico om de ziekte te hebben opgelopen op basis van de nabijheid (< 1,5 m), de duur van het contact (> 15 min.) en het beroep.
  5. Deze contacten worden ook in de databank ingevoerd.
  6. Andere callcentermedewerkers nemen contact op met de ‘contactpersonen’ van de besmette persoon. Deze worden geïnformeerd dat ze in contact zijn geweest met een besmette persoon (waarbij de callcentermedewerker de gegevens van de besmette persoon echter niet kent) en in functie van hun situatie wordt hun geadviseerd om zichzelf te monitoren, een test te laten afnemen, zichzelf te isoleren, enz. Als ze symptomen hebben, worden ze op hun beurt een vermoedelijk besmet persoon en worden hun contacten in de databank ingevoerd.
  7. Tot slot, kunnen de callcentermedewerkers gedurende de twee weken na de besmetting opvolgingscontacten uitvoeren om te controleren of er symptomen zijn en om de aanbevelingen op te volgen.

Hoewel de meeste contacten telefonisch zullen kunnen worden gelegd op basis van een standaardvragenlijst door administratief personeel (eerstelijnscallcenter), is het te verwachten dat in 20% van de gevallen meer gespecialiseerd personeel (verpleegkundige of vergelijkbaar profiel, tweede lijn) of zelfs een arts (derde lijn) nodig zal zijn. Deze ondersteuning is des te belangrijker in de opstartfase van het project.

Contacten die niet telefonisch kunnen worden gelegd of die als niet-conform worden beschouwd, vereisen een bezoek ter plaatse. Er zullen verschillende teams worden opgericht om deze opvolging op het terrein te verzekeren.

De federale overheid ontwikkelt een informaticaplatform om de gegevens van de geteste en gecontacteerde personen te coderen, de dossiers op te volgen en de gegevensstromen en -uitwisselingen mogelijk te maken.  Het betreft een webplatform dat kan worden gebruikt zonder IT-ontwikkeling of bijkomende gebruikersopleiding door de deelentiteiten. De gegevens worden gehost bij Sciensano. E-health staat in voor de naleving van de privacyregels.

Het totale bedrag van de operatie voor de komende drie maanden bedraagt 7.280.162 euro. De situatie zal uiteraard voortdurend opnieuw worden beoordeeld in het licht van de ontwikkelingen.

Voor Alain Maron: “Het systeem dat in minder dan twee weken tijd is opgezet, is evenzeer een uitdaging als een noodzaak om ervoor te zorgen dat de afbouw van de inperkingsmaatregelen kan worden voortgezet en de epidemie zo veel mogelijk wordt ingedamd. Dit systeem van testen en isoleren van personen die aan het virus zijn blootgesteld, vormt een aanvulling op de hygiënemaatregelen en de sociale-afstandsregels die centraal blijven staan. Dankzij dit systeem zijn we nu beter uitgerust om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Toch blijft onze beste bescherming meer dan ooit ieders waakzaamheid. Tot slot wil ik de mutualiteiten van harte danken voor hun betrokkenheid bij het project. Ze staan garant voor zowel nauwgezetheid als deskundigheid en menselijkheid.

Rusthuizen krijgen tablets

De isolementsmaatregelen die aan Rusthuizen en Rust- en Verzorgingstehuizen (ROB-RVT’s) worden opgelegd, zijn weliswaar noodzakelijk om de epidemie in te dammen, maar kunnen ook schadelijk zijn voor de gezondheid van de bewoners die, geïsoleerd van hun familie en zonder directe sociale contacten, in een depressie zouden kunnen terechtkomen.

Daarom krijgen de ROB-RVT’s op initiatief van de minister van Welzijn en Gezondheid, Alain MARON, en de minister bevoegd voor Digitalisering, Bernard CLERFAYT, tablets die door hun bewoners kunnen worden gebruikt.

De teams die actief zijn in de ROB-RVT’s zullen in functie van hun beschikbaarheid om beurten de bewoners begeleiden bij videogesprekken met hun familie, al is het maar voor een paar minuten.

Deze maatregel maakt deel uit van een reeks maatregelen die een humaan isolement moeten garanderen.

“Uiteraard is de situatie van elk ROB-RVT anders. Voor sommigen van hen zal de implementatie van deze videogesprekken pas over enkele weken mogelijk zijn, wanneer de situatie wat rustiger is geworden, maar we stonden erop dat elke Brusselse instelling nu al over deze mogelijkheid zou kunnen beschikken omdat we ervan overtuigd zijn dat we door het vermenigvuldigen van deze kleine openingen naar de buitenwereld, iedereen hoop kunnen geven.”, zegt Alain MARON.

Volgens Bernard CLERFAYT “kunnen nieuwe technologieën ons dagelijks leven aanzienlijk verbeteren doordat zij het mogelijk maken om nieuwe contacten te leggen en bestaande contacten te onderhouden. Dankzij de tablets die in de rusthuizen worden verdeeld, wordt het isolement van de bewoners verzacht en krijgen zij de mogelijkheid om toch even contact te hebben met hun naasten en familie”.

Nieuwe maatregelen voor de welzijns- en gezondheidssector

De Brusselse regering heeft op voorstel van de minister van Welzijn en Gezondheid Alain Maron en de Minister-President Rudi Vervoort 22,5 miljoen euro extra vrijgemaakt ter ondersteuning van aanvullende crisismaatregelen in de welzijns- en gezondheidssector.

Het betreft onder meer de volgende maatregelen:

1. Begeleiding bij de afbouw van de inperkingsmaatregelen
In het kader van de exitstrategie heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een reeks maatregelen genomen om te kunnen aansluiten bij de ‘contact tracing’-strategie die op federaal niveau wordt gecoördineerd.

·       Uitvoering van de ‘contact tracing’ (10 miljoen euro)
Deze maatregel houdt specifiek verband met de afbouw van de lockdown. Contact tracing via call center moet het mogelijk maken om -zodra een arts een Covid-19 geval heeft geverifieerd- een lijst van contacten op te stellen die deze persoon in de twee voorgaande weken heeft gehad. Deze contacten zullen op hun beurt telefonisch op de hoogte worden gebracht en zullen contact moeten opnemen met hun huisarts als ze symptomen vertonen om zich te laten testen. Deze maatregel zal minstens een jaar duren, maar moet een schaalgrootte hebben die kan worden aangepast aan de evolutie van de epidemie. Een eerste scenario op basis van 1.000 nieuwe gevallen per dag in België schat de personeelsbehoefte voor het Brusselse gewest op 340 personen, onder wie 220 callcentertechnici, 70 gezondheidswerkers op het terrein en 50 gezondheidsdeskundigen (verschillende profielen).  De precieze modaliteiten voor de uitvoering van de tracing worden momenteel met de andere entiteiten besproken.

·       Oprichting van quarantainestructuren (2,5 miljoen euro)
In het kader van het beperken van de verspreiding van het virus is de belangrijkste aanbeveling om thuis te blijven in geval van infectie. Maar dit is niet altijd mogelijk. Ofwel omdat de persoon in kwestie geen woning heeft, ofwel omdat de persoon samenwoont met anderen uit risicogroepen en die het risico lopen op een ernstige vorm van de ziekte als ze blootgesteld zouden raken (hartpatiënten, diabetespatiënten, mensen met immunodeficiëntie, bejaarde personen). Sinds het begin van de crisis blijken hotels of jeugdherbergen een oplossing te zijn om een quarantainestructuur op te zetten. De Brusselse regering heeft daarom een budget gereserveerd voor de terbeschikkingstelling van kamers.

·       Gecentraliseerde bestelling van stoffen mondmaskers voor Brusselaars
Naar aanleiding van de beslissing van de Brusselse regering (23 april) betreffende het gecentraliseerd bestellen van maskers voor burgers en naar aanleiding van de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad om het dragen van maskers aan te bevelen en te verplichten in het openbaar vervoer heeft Minister-President Rudi Vervoort Brussel Preventie en Veiligheid de opdracht gegeven om stoffen maskers aan te kopen voor alle Brusselse burgers, zodat elke burger over minstens één stoffen masker (inclusief filter) kan beschikken.

2.  Aanvullende investering in beschermingsmateriaal voor de eerstelijnssectoren (8 miljoen euro/2 maanden)
Dit bedrag moet het mogelijk maken om gedurende twee maanden te voldoen aan de materiële behoeften, namelijk chirurgische maskers, FFP2-maskers, overschorten, gelaatsschermen, handschoenen, haarkapjes en overschoenen voor alle eerstelijnssectoren, met uitzondering van ziekenhuizen.
In elk van de sectoren wordt de regelmatige verdeling van dit materiaal voortgezet.

3.  Ondersteuning van de voedselhulpsector (480.000 euro)
Het inkomensverlies dat momenteel een deel van de bevolking treft, heeft geleid tot nieuwe humanitaire noodsituaties. De vraag naar voedselhulp neemt toe, terwijl een deel van de voedselhulpsector niet meer operationeel is  (30% van de diensten heeft moeten sluiten) en een andere deel met vertraging werkt. Bovendien heeft de crisis ook een vraag naar voedselhulp doen ontstaan bij een nieuw publiek, dat normaal gesproken geen voedselhulp ontvangt. Dit publiek verplaatst zich massaal naar de verdeelpunten. De actoren moeten dus de groeiende vraag en de verzadiging bij de verdeelpunten in goede banen leiden, aangezien er in sommige zones geen voedselhulp voorhanden is.
Om deze moeilijkheden het hoofd te bieden, zijn de volgende maatregelen genomen:
– Versterking van de coördinatie van de voedselhulp van de Federatie van de Bicommunautaire Maatschappelijke Diensten (59.800 euro);
– Steun aan het DREAM-project van het OCMW van de Stad Brussel (project voor socioprofessionele inschakeling dat onverkochte verse groenten en fruit van de Brusselse Vroegmarkt recupereert en herverdeelt – 220.000 euro);
– ontwikkeling van concrete projecten op het terrein in samenwerking met de diensten van de voedselhulpsector, de gemeenten en de OCMW’s (200.000 euro).

4. Strijd tegen het isolement en ondersteuning van personen in sociale noodsituaties
·       Creatie van een oproeplijn voor bejaarde personen in woon-zorgcentra en geïsoleerde bejaarde personen
Creatie van een telefoonlijn om de bewoners van de woon-zorgcentra in het Brusselse gewest psychologische ondersteuning te bieden tijdens deze periode van inperking en afzondering met soms dramatische gevolgen voor het gevoel van psychisch isolement.

·       Voortzetting van het telefoonnummer voor sociale noodsituaties (133.000 euro/9 maanden)
Dit nieuwe noodnummer (0800 35 243) bestaat al sinds het begin van de inperkingsperiode. Deze dienst is bedoeld voor personen in moeilijkheden die geen antwoord kunnen vinden op hun vragen, omdat de diensten waarvan ze gewoonlijk gebruikmaken, gesloten zijn of omdat het de eerste keer is dat ze vragen hebben met betrekking tot hun precaire sociale situatie.

·       Oprichting van een mobiel team ter versterking van de maatregelen in verband met verslavingen (415.300 euro/8 maanden)
De gezondheids- en sociale situatie van de meest precaire drugsgebruikers is sinds de coronaviruscrisis verslechterd door de vermindering van de activiteit van tal van diensten. Er zijn initiatieven genomen, maar de situatie van veel patiënten baart de sector zorgen. Een mobiel team (415.300 euro/8 maanden) werd opgericht om de gezondheidsrondes uit te breiden en zo de band met patiënten met wie de therapeutische banden zijn verzwakt, opnieuw aan te knopen.

Tot slot is er een protocolakkoord gesloten tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de vzw New Samusocial en het Europees Parlement voor de periode van 27 april tot 31 juli 2020. Het Europees Parlement heeft immers concrete solidariteitsmaatregelen voorgesteld voor de burgers van zijn gaststeden, waarvan Brussel deel uitmaakt. Het betreft onder meer de volgende maatregelen:

  • Gratis terbeschikkingstelling van een deel van het Helmut Kohl-gebouw aan de de Meeûssquare in Brussel om tegemoet te komen aan de huisvestingsbehoeften van dakloze vrouwen die zich sinds de COVID-19-epidemie in een extra kwetsbare situatie bevinden;
  • Gratis terbeschikkingstelling van 20 personenwagens met chauffeurs voor het exclusieve vervoer van medisch personeel in het kader van professionele verplaatsingen en binnen de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bezoek in de Brusselse woon- en zorgcentra

Op beslissing van de Nationale Veiligheidsraad van 15 april 2020 is een nieuwe reeks maatregelen van kracht geworden in ons land, waaronder het toestaan van bezoek in de woon- en zorgcentra onder strikte voorwaarden.

Om deze federale maatregelen te kunnen uitvoeren, maar tegelijk de inspanningen om de verspreiding van het virus te vertragen voort te zetten en kwetsbare personen te beschermen, heeft het Brussels Gewest onmiddellijk, de dag na de aankondiging, een reeks raadplegingen georganiseerd waarbij de rusthuisfederaties, de vakbondsafgevaardigden en de overheid betrokken waren.

Dit overleg heeft geresulteerd in een akkoord in de vorm van een omzendbrief die vandaag aan alle woon- en zorgcentra zal worden toegezonden en die als bijlage bij dit persbericht is gevoegd. Het basisprincipe blijft het verbod op bezoek in deze instellingen. Naast essentieel en vitaal bezoek is voortaan ook begeleid bezoek toegestaan, zij het onder strikte voorwaarden.

Het Brussels Gewest is bezig met het personeel en de bewoners van de woon- en zorgcentra systematisch te testen. Voor elke inrichting geldt dat het begeleid bezoek pas zal mogen plaatsvinden wanneer het screeningsproces in de inrichting in kwestie volledig is afgerond, dat wil zeggen (1) na de screening en (2) als de omstandigheden het toelaten:

1. Na de screening:

Dit betekent: nadat de grootschalige screening van de bewoners en het personeel is uitgevoerd, de resultaten zijn bezorgd en geanalyseerd, en de eventueel op grond van de resultaten te nemen maatregelen (cohorte- of andere maatregelen) daadwerkelijk zijn geïmplementeerd.

2. Als de omstandigheden het toelaten:

Anders gezegd: nadat alle nodige maatregelen zijn genomen om de instelling in staat te stellen bezoekers in goede veiligheidsomstandigheden te ontvangen, met inbegrip van voldoende personeel om de bezoeken te organiseren en te begeleiden, en dit met bijzondere aandacht voor de noden van gedesoriënteerde bewoners.

Naast de organisatie van bezoek worden nog andere maatregelen genomen:

  • vanaf vandaag verdeelt Iriscare tablets in de woon- en zorgcentra. Deze zullen het mogelijk maken om in de rusthuizen waar het mogelijk is, videocontact met familieleden op te zetten;
  • er is een hulplijn voor psychologische ondersteuning ingesteld die specifiek bedoeld is voor bewoners van woon- en zorgcentra, in samenwerking met de Dienst voor Geestelijke Gezondheidszorg van de ULB.

Voor minister van Welzijn, Alain Maron: “De afzonderingsregeling woog elke dag wat meer op de rusthuisbewoners, voor wie het isolement een even gevaarlijke bedreiging kan blijken te zijn als het virus zelf. Daarom was het noodzakelijk en dringend om deze afzondering menselijker te maken.  De uitdaging was om dit te kunnen doen in overleg met de woon- en zorgcentra en rekening houdend met het tempo, de capaciteiten en de middelen van elk van hen. Het bereikte akkoord maakt het volgens mij mogelijk om dit evenwicht te bereiken. Zoals in alle sectoren zal deze afbouw van de maatregelen geleidelijk verlopen. Dit is een eerste stap, met een sociale, psychologische en menselijke bedoeling. Andere begeleidingsmaatregelen voor bejaarde personen en hun families worden genomen en dat zal ook in de toekomst zo zijn.”

Steunmaatregelen voor daklozen en migranten

Vanaf het begin van de COVID-19-crisis hebben de verschillende Brusselse regeringen (Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Franse Gemeenschapscommissie -FGC, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie – GGC, Vlaamse Gemeenschapscommissie – VGC) tal van maatregelen genomen om tegemoet te komen aan de behoeften van de non-profitsector, zijn werknemers en zijn begunstigden. Deze laatsten behoren immers tot de meest kwetsbaren en vergen bijzondere aandacht en ondersteuning. Er zijn dus aanzienlijke financiële middelen beschikbaar gesteld, de diensten en faciliteiten zijn versterkt en er is materiële steun verleend.

Om de daklozen, die hard worden getroffen door de gezondheidscrisis en de gevolgen daarvan, te helpen, heeft de Brusselse regering een actieplan genomen die erop gericht zijn:

  • de bestaande actoren te versterken zodat zij hun opdrachten kunnen voortzetten;
  • bijkomende dag- en nachtopvangfaciliteiten te creëren;
  • opvangcapaciteit te organiseren voor daklozen bij wie COVID-19 is vastgesteld;
  • de ondersteuning en bescherming van transmigranten te versterken;
  • alle voorzieningen te coördineren en een medische opvolging te garanderen.

Op 26 maart van dit jaar heeft de Brusselse regering een bijkomend budget van meer dan 7 miljoen euro beschikbaar gesteld om deze acties ten behoeve van daklozen en migranten uit te voeren. Deze acties vormen een aanvulling op de maatregelen die door de gemeenten zijn genomen.

Coronavirus: niet alleen de zieken worden erdoor getroffen

Bxl Soutien – invoering van een gratis telefoonnummer (0800 35 243) om vragen over sociale noodsituaties te beantwoorden

De sociale afzondering die nodig is om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, heeft ernstige gevolgen voor mensen in precaire situaties. Daarom stelt Alain Maron, Brussels minister van Welzijn, met de hulp van de administraties van de Franse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en Iriscare, een gratis telefoonnummer ter beschikking van de Brusselaars.

Het nummer is bedoeld om elke vraag te oriënteren naar een operator die in staat is om ze te behandelen. Het biedt een uitgebreid luisterend oor en antwoorden op sociale noodsituaties, waarvan we de omvang en alle uitingen nog niet kennen.

Het callcenter zal worden verzorgd door werknemers van de centra voor algemeen welzijnswerk en de centra voor globale sociale actie, eventueel aangevuld met werknemers uit andere ambulante sectoren. 

De telefonische oproepen zullen op 3 manieren worden beantwoord:

–        de vraag wordt rechtstreeks beantwoord als ze binnen het bevoegdheidsgebied van de receptionist valt;

–        de beller wordt doorverwezen naar een bevoegde professionele dienst;

–        de beller wordt doorverwezen naar een solidariteitsinitiatief (van burgers of plaatselijk) dat een relevant antwoord kan bieden en/of in het geval dat de vraag geen professionele opvolging vereist.

Het gratis telefoonnummer is bereikbaar tussen 8 uur en 20 uur op weekdagen en tussen 10 uur en 18 uur in het weekend.

☎️ Het gratis telefoonnummer: 0800 35 243

Overleg met de Gewestelijke Veiligheidsraad en uitvoering van de maatregelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Aansluitend op de Nationale Veiligheidsraad die vandaag op initiatief van de bevoegde federale overheidsdiensten bijeengekomen is, heeft de Brusselse Minister-President een nieuwe vergadering van de Gewestelijke Veiligheidsraad* samengeroepen. Dit gewestelijk orgaan komt bijeen om te zorgen voor een transparante informatiedoorstroming, maar ook om doeltreffend overleg mogelijk te maken, zodat de uitvoering van de maatregelen op een coherente wijze kan gebeuren en zij door iedereen nageleefd worden.
De Gewestelijke Veiligheidsraad kwam dus samen om de evolutie van de toestand te bespreken en de federale beslissingen mee te delen.

De Nationale Veiligheidsraad heeft vandaag beslist om de eerder genomen maatregelen met twee weken te verlengen, dus tot en met 19 april. Ze kunnen daarna nog twee weken worden verlengd, d.w.z. tot en met 3 mei. De situatie zal in elk geval voortdurend geëvalueerd worden.

Bepaalde maatregelen die al ingevoerd waren, werden verduidelijkt. Meer bepaald:

· Wat fysieke activiteit in open lucht betreft: fysieke activiteit en wandelen blijven aanbevolen, met respect voor social distancing. Mensen moeten tijdens hun activiteit wel in beweging blijven.

· De zogenaamde “lockdown parties” die sommige mensen organiseren, zetten al onze inspanningen op het spel. Zij blijven een probleem met belangrijke gevolgen voor de gezondheid, zoals blijkt uit de feiten. Die feestjes blijven uiteraard verboden.

· Wat de scholen betreft en vooral hun werking tijdens de paasvakantie:
– Ook tijdens de paasvakantie moet er opvang in de scholen mogelijk zijn;
– Als dat echt onmogelijk blijkt, kan er een andere vorm van opvang worden georganiseerd, en dat volgens het silo-principe, d.w.z. onder de volgende voorwaarden:
. De kinderen die tot nu samen opgevangen werden, moeten dat ook blijven, en niet gemengd worden met andere kinderen;
. De kinderen worden bij voorkeur opgevangen door mensen met wie ze recent al in contact zijn geweest.

Op het niveau van het Brussels Gewest werd ter ondersteuning van deze maatregelen beslist om:

· GAS-boetes in te voeren die opgelegd worden aan particulieren die de social distancing maatregelen niet naleven in de openbare ruimte. Er zal een systeem van onmiddellijke inning van de boetes worden ingevoerd samen met een harmonisatie op het niveau van de 19 gemeenten.

· De parken en groene ruimten per gemeente in kaart te brengen zodat de burgemeesters hun burgers kunnen informeren over de beschikbaarheid van deze ruimten. In deze moeilijke fase van maatregelen die de verplaatsingen in de openbare ruimte beperken, moet iedereen immers kunnen genieten van een groene ruimte om wat frisse lucht te krijgen. Deze kaart zal geraadpleegd kunnen worden via de website van Leefmilieu Brussel.

Mocht er een vertraging vastgesteld worden in de exponentiële toename van de verspreiding van het virus, is het van essentieel belang de maatregelen waartoe beslist werd strikt te blijven volgen. De prioriteit blijft de gezondheid van de burgers. 
“De crisissituatie die we vandaag beleven, is ongekend en moeilijk, maar we moeten volhouden. We slaan er ons samen doorheen waarbij we niet alleen de maatregelen naleven, maar ook blijk geven van solidariteit, attent blijven voor de meest kwetsbaren onder ons en zorg dragen voor onszelf en de anderen. ” aldus nog Minister-President Rudi Vervoort.

De gezondheidsautoriteiten stemmen hun communicatie af op de evolutie van de toestand. Voor meer informatie en details omtrent de maatregelen kunt u terecht op de website van de FOD Volksgezondheid www.info-coronavirus.be of contact opnemen op het gratis telefoonnummer 0800/14 689. Het twitteraccount van de FOD Volksgezondheid vormt eveneens een goede informatiebron.

*Deze raad die voorgezeten wordt door de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is samengesteld uit de Hoge Ambtenaar, de Procureur des Konings van Brussel, de Bestuurlijk Directeur-coördinator, de Gerechtelijke Directeur en de Korpschefs van de zes lokale politiezones die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd zijn. De samenstelling ervan wordt uitgebreid tot de burgemeesters van alle 19 gemeenten.

Alle Brusselse gewestelijke overheden steunen de non-profitsector

De COVID-19-epidemie heeft een zeer sterke sociale en economische impact op de nonprofitsector. De activiteiten ondervinden heel wat hinder van de gebeurtenissen en van de noodzakelijke maatregelen die genomen werden door de Nationale Veiligheidsraad.

De crisis laat zich ongemeen hard voelen bij alle verenigingen en diensten in deze sector, die actief zijn op heel wat gebieden gaande van gezondheidszorg, welzijn, bijstand aan personen, over opleiding, socio-professionele inschakeling tot cultuur, sport en sociale cohesie. Het is dus van het allergrootste belang om ze te ondersteunen, zodat de weerslag van de crisis op hun activiteiten en hun werknemers beperkt kan worden.

Maar er is meer. Aangezien veel van die verenigingen en diensten bij de strijd tegen het coronavirus in de frontlinie staan en tegemoetkomen aan de primaire behoeften van een groot aantal burgers, is het ook absoluut nodig om de negatieve gevolgen voor de mensen die er een beroep op doen, binnen de perken te houden. Vaak zijn die mensen namelijk het meest kwetsbaar voor en het meest blootgesteld aan het gezondheidsrisico. Daarom is het noodzakelijk om de organisaties en diensten middelen te verlenen, zodat zij hun opdrachten kunnen reorganiseren (om beschermingsmateriaal aan te kopen, nieuwe communicatiemiddelen voor de teams in te zetten, de teams te reorganiseren, enz.).

Daarom hebben de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), het College van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) en het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) beslist een reeks maatregelen te nemen, waaronder de oprichting van een bijzonder “COVID-19-fonds met daarin 29 miljoen euro.

1. De structurele subsidies voor alle sectoren blijven behouden

· Een eerste voorstel is om de geplande structurele subsidies voor de gesubsidieerde sectoren die om uiteenlopende redenen (gedwongen sluiting, onvolledige teams, enz.) hun activiteiten gaan moeten verminderen of zelfs stopzetten, te behouden;

· Er zullen afwijkingsmaatregelen voor onverwachte uitgaven die een rechtstreeks gevolg zijn van de crisis, en administratieve vereenvoudigingen worden voorgesteld.

2. De COCOF behoudt de facultatieve subsidies voor alle sectoren

· De facultatieve subsidies voor evenementen, projecten en/of activiteiten die normaal moesten plaatsvinden tussen 1 maart en 30 april 2020 en uitgesteld werden, blijven behouden. Daarenboven kan een bijkomende subsidie worden aangevraagd indien het uitstel extra kosten zou meebrengen;

· De subsidies mogen gebruikt worden om reeds gemaakte facturen voor afgelaste evenementen, projecten of activiteiten te betalen;

· Om het voor de organisaties gemakkelijker te maken, zullen de besturen ook soepelere regels hanteren (voor de indiening van bewijsstukken, de inspectieprocedures, enz.).

3. Oprichting van een bijzonder “COVID-19-fonds” met daarin 29 miljoen euro
De Brusselse gewestelijke overheden hebben beslist om steun te verlenen aan alle nonprofitondernemingen, en in het bijzonder aan de diensten en operatoren die tijdens de huidige crisis vanuit de eerste lijn werkzaam zijn. Zoals we weten, worden de welzijns- en de gezondheidssector nog meer getroffen door de huidige crisis, omdat zij zich moeten aanpassen en hun activiteiten moeten voortzetten in moeilijke en veranderende omstandigheden. Zij vormen een essentiële schakel in de strijd tegen COVID-19.

3.1. Thuishulpsector (2,322 miljoen euro voor 3 maanden)
De thuishulpsector staat tijdens deze crisis in de frontlinie. Alle werknemers in deze sector komen dagelijks in contact met de mensen die het meest gevoelig zijn voor het coronavirus. Daarom zullen zij kunnen rekenen op specifieke steunmaatregelen voor de aankoop van extra materiaal, de reorganisatie van hun rondes voor wanneer er een personeelsgebrek ontstaat en het gebruik van nieuwe elektronische communicatiemiddelen.

3.2. Sector van de rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen (3,95 miljoen euro voor 3 maanden)
Ook de rusthuizen worden volop getroffen door de crisis. Zij bieden begeleiding en verzorging aan ouderen, maar tegelijk moeten zij ook bijzonder strikte gezondheids- en organisatorische maatregelen nemen. De crisis brengt voor deze sector bijzonder hoge bijkomende kosten mee. Die kosten houden, afgezien van de aankoop van bijkomend materiaal, verband met:
– de inrichting van lokalen om de bescherming te waarborgen en om bewoners met COVID-19 af te zonderen;
– de extra loonkosten, deeltijdse werknemers die hun werktijd verlengen, de inschakeling van uitzendkrachten.

3.3. Welzijnssector (4,97 miljoen euro voor 3 maanden)
Voor de transitmigranten
– De opvangcapaciteit wordt verhoogd tot 120 plaatsen in een hotel, met twee maaltijden per dag;
– De opvang in Porte d’Ulysse wordt uitgebreid (tot 325 personen) en wordt voortaan dag en nacht georganiseerd, met voedselbedeling ter plaatse.

Voor de daklozen
– Versterking van de bestaande actoren:
. Levering van beschermingsproducten en -materiaal aan alle operatoren;
. Inrichting van een centrale plek met douches en sanitaire voorzieningen;
. Versterking van Bruss’help om de coördinatie van alle Brusselse actoren mogelijk te maken;
– Versterking van de dagcentra (9 operatoren)
. Versterking van de opvanghuizen (overgang van 12 uur per dag naar 24 uur per dag);
. Versterking van de daklozenrondes en het straathoekwerk (4 operatoren); . Versterking van New Samusocial en de noodopvangcentra (Ariane en Hoeksteen) om de basisopvangcapaciteit te garanderen.
– Aanmaak van crisismechanismen
. Creatie van 400 bijkomende plaatsen in de nachtopvang (onder meer als compensatie voor de verminderde capaciteit van sommige centra om (vermoede) besmettingen te kunnen afzonderen) in samenwerking met de 19 Brusselse gemeenten;
. Een bijkomende capaciteit van 300 opvangplaatsen voor daklozen bij wie COVID-19 is vastgesteld;
. Oprichting van een mobiele interventiedienst (bemand met medisch personeel en zowel overdag als ‘s avonds actief) voor beveiligd vervoer naar het ziekenhuis of naar de eerder vermelde opvangplaatsen. Er wordt ook een gezondheidsronde georganiseerd om personen ver van de hulpcentra en op straat te bereiken.

Geweld op vrouwen
Terbeschikkingstelling van 50 hotelkamers, in geval van verzadiging van het netwerk van opvangcentra of vluchthuizen voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld, met of zonder kinderen, met aangepaste psychosociale begeleiding.

3.4. Bijstand aan personen met een handicap (2.866.000 euro)
Sector van de maatwerkbedrijven (1.600.000 euro)
– Aanvullende tussenkomst ter compensatie van de inkomstenderving van de maatwerkbedrijven
– Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht (‘COVID-19-werkloosheid’) voor arbeiders en bedienden
– Administratieve maatregelen zoals
. Behoud van de subsidie ongeacht het aantal werknemers met een handicap dat actief is;
. Verhoging van de dagtoelage als werkloosheidsvergoeding (van 2 naar 4 €) en een toegelaten overschrijding van de werkloosheidslimiet per werknemer;
. Uitbreiding van de gelijkgestelde uren naar periodes van non-activiteit voor werknemers die niet in aanmerking komen voor werkloosheid wegens overmacht.

De begeleidingsdiensten
– Behoud van de subsidie ongeacht het aantal begeleide werknemers met een handicap of het aantal gepresteerde uren;
– Uitbreiding van de gelijkgestelde uren naar periodes van non-activiteit voor werknemers die niet in aanmerking komen voor werkloosheid wegens overmacht.

Opvang- en verblijfssector (dagcentra, verblijfscentra voor personen met een handicap en dagcentra voor schoolgaande kinderen) (1.246.000 euro)
– De opschorting van de procentuele werkgeversbijdrage in 2020 om de subsidiëring van de bijkomende kosten in verband met werkkleding, onregelmatige prestaties e.d. mogelijk te maken;
– De subsidiëring van de kosten voor onregelmatige prestaties mogelijk maken voor werknemers die ter beschikking worden gesteld aan opvangcentra (in de dagcentra en in de dagcentra voor schoolgaande kinderen);
– De subsidiëring mogelijk maken van kosten verbonden aan het opzetten van individueel vervoer door de centra met het oog op de voortzetting van de (hoofdzakelijk) paramedische zorg.

Stagiairs met leercontract (20.000 EUR)
Instandhouding van de PHARE-dienst (terugbetaling van de compenserende vergoeding + rechtstreekse tussenkomst voor het forfaitair uurtarief) voor de stagiairs gedurende de hele crisisperiode.