Deel je contacten om het virus te stoppen

Het callcenter dat dragers van het coronavirus in Brussel opbelt, heeft sinds het op 11 mei startte bijna 3.200 telefonische oproepen en 600 huisbezoeken verricht.

De werklast is van bij het begin zeer stabiel gebleven, ondanks dat de medewerking van de Brusselaars aan het contactopvolgingssysteem aanzienlijk is verbeterd.

De meeste mensen die worden opgebeld, zijn erg bereid om mee te werken aan de contactopvolging. Vandaag vermeldt 41 % van de personen met wie contact moet worden opgenomen, drie namen van mensen met wie zij langdurig contact hadden voor ze ziek werden (familie, vrienden, collega’s …) aan de medewerkers van het callcenter. Daarentegen verklaart 14 % met niemand contact te hebben gehad.

Een oproep is niet geslaagd als het callcenter iemand niet kan bereiken binnen 48 uur, de opgebelde persoon zich moeilijk kan uitdrukken of ondertussen een negatief testresultaat heeft gekregen of als de beschikbare contactgegevens niet kloppen. Een kleine minderheid van de opgebelde personen (5 %) aarzelt om de vragen van de medewerkers te beantwoorden, om verschillende redenen.

Deel je contacten om het virus te stoppen

De GGC lanceert op vrijdag 26 juni een bewustmakingscampagne om de Brusselaars eraan te herinneren dat het virus nog steeds circuleert en dat het dan ook onontbeerlijk is om de voorzorgsmaatregelen toe te passen en dat besmette personen zich isoleren en hun contacten oplijsten.

De campagne benadrukt hoe belangrijk solidariteit en verantwoordelijkheid nu zijn en herhaalt dat de contactopvolging anoniem gebeurt (de identiteit van de persoon die jou heeft besmet, wordt nooit bekendgemaakt). Ze bestaat uit een filmpje en een didactische flyer in acht talen.

Het filmpje wordt via sociale media verspreid en zal ook te zien zijn op de zenders van de RTBF, dankzij de samenwerking van het Waalse Gewest, dat dezelfde informatiecampagne voert op zijn grondgebied. Er komen ook bewustmakingsacties om specifieke doelgroepen te bereiken (vooral kwetsbare groepen). Die staan de hele zomer lang op het programma.

De GGC, die de contactopvolging organiseert in het Brussels Gewest, doet alles wat ze kan in de strijd tegen de verspreiding van het virus, en wel met de volgende oproep: “Help ons het virus te stoppen, deel je contacten met ons!” 

Contactopvolging in Brussel blijft stabiel

Het callcenter van het Brussels Gewest nam tussen 4 en 10 juni contact op met 322 personen, goed voor gemiddeld 46 oproepen per dag. De medewerkers op het terrein deden op hun beurt 43 huisbezoeken, of gemiddeld 6 bezoeken per dag.

De werklast van het Brusselse callcenter blijft stabiel. We zien een lichte stijging van het dagelijkse aantal roepen (+ 11) en bezoeken op het terrein (+ 1). Dat bewijst de beperkte uitbreiding van de epidemie in de hoofdstad, een maand na de start van de afbouw van de lockdown.
Wat ook zeer stabiel blijft, is het aantal mogelijk besmette personen dat gecontacteerde mensen melden. De dragers van het coronavirus in Brussel die het callcenter met succes* kon bereiken, vermelden gemiddeld drie personen met wie zij de dagen voordien langdurig contact hadden (langer dan vijftien minuten). De mogelijk besmette personen worden op hun beurt opgebeld door het callcenter om zo de besmettingsgolf te stoppen. 

Betere digitale informatiedoorstroming
Sinds het callcenter startte, wordt de beperkte werklast benut om het percentage van de bevolking dat de oproepen van de medewerkers beantwoordt, te verbeteren. Daartoe ontvangen besmette personen een sms nog voor ze worden opgebeld, wat overtuigende resultaten oplevert.

Ook de digitale informatiedoorstroming is verbeterd. Vandaag zijn de meeste laboratoria, ziekenhuizen en huisartsen in de hoofdstad verbonden met het systeem, dat zij bovendien regelmatig gebruiken. Ten slotte is het systeem om op een ontdekte besmettingshaard te reageren nu volledig operationeel. Er is een telefoonlijn geopend om de collectieve voorzieningen (scholen, gemeenten …) die met een besmettingshaard te maken krijgen, te ondersteunen.

*M.a.w. wanneer zij aan de medewerkers minstens één naam hebben vermeld van een persoon met wie zij contact hadden.

Contactopvolging in Brussel: de daling zet zich voort

Het callcenter van het Brussels Gewest nam tussen 27 mei en 3 juni contact op met 211 personen, goed voor gemiddeld 35 oproepen per dag. De medewerkers op het terrein deden op hun beurt 32 huisbezoeken, oftewel gemiddeld 5 bezoeken per dag.

We stellen dus vast dat het Brusselse callcenter nog steeds weinig oproepen te verwerken krijgt. De verklaring voor die trend is dat de gezondheidscrisis positief evolueert en het aantal nieuwe besmettingen met het coronavirus in de hoofdstad continu afneemt. Daardoor blijft het aantal op te bellen personen vanzelfsprekend beperkt. Daar kunnen we uiteraard alleen maar blij om zijn!

Bewustmakingscampagne
Het callcenter belt dragers van het coronavirus op om samen met hen een lijst op te stellen van alle personen met wie zij de dagen voordien contact hadden (en die dus mogelijk besmet zijn). We merken echter dat de personen die het center met succes* kon bereiken, spontaan slechts twee contacten vermelden. Dit aantal stemt overeen met wat we in het hele land zien. Het is evenwel te laag om de verspreiding van het virus bij de bevolking te stoppen en om de dreiging van een tweede golf af te wenden.

Daarom is het onontbeerlijk om de doelstellingen van de contactopvolging te herhalen: de bevolking toelaten om opnieuw van het openbare leven te genieten door enkel de besmette personen te identificeren en hen te isoleren, net als de mensen met wie zij langdurig contact hadden (langer dan 15 minuten). Jezelf beschermen is belangrijk, maar anderen beschermen ook!

We willen de actieve deelname van de bevolking aan deze stap, die solidariteit en verantwoordelijkheid vraagt, verbeteren. Daarom start er binnenkort een bewustmakingscampagne in het Brussels Gewest, met bijzondere aandacht voor kwetsbare bevolkingsgroepen.  

*M.a.w. wanneer zij aan de medewerkers minstens één naam hebben vermeld van een persoon met wie zij contact hadden.

Opvolging van dragers van corona en hun contacten belangt iedereen aan

De eerste resultaten dat het contactopvolgingssysteem voor met COVID-19 besmette personen behaalde in de hoofdstad zijn bekend. Het systeem werd op 11 mei gelanceerd. In de afgelopen twee en een halve week heeft de Brusselse contactcel met bijna 2.400 personen contact opgenomen.

Het aantal oproepen blijft tot nu toe vrij beperkt, net als het dagelijkse aantal nieuwe besmettingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In de strijd tegen de verspreiding van het virus is dat bijzonder goed nieuws. Het bewijst dat de meeste Brusselaars de sociale afstandsregels en de hygiëne- en lockdownmaatregelen naleven. Op basis van de nationale cijfers melden COVID-19-positieve personen die met succes zijn opgebeld*, gemiddeld twee tot drie personen met wie zij twee weken voor de symptomen verschenen een risicovol contact hadden. De contactcel heeft op haar beurt met die personen contact opgenomen om hun te melden dat ze mogelijk besmet zijn en hun gepaste aanwijzingen te geven.

Dragers van het coronavirus melden spontaan minder personen dan verwacht, maar de komende dagen zal er waarschijnlijk een stijging zijn nu de afbouw van de lockdown is ingezet. Daarom is het belangrijk om alle Brusselaars eraan te herinneren om nauwgezet een geüpdatete lijst bij te houden van alle personen met wie zij langer dan 15 minuten contact hadden. Dat is onontbeerlijk om de verspreiding een halt toe te roepen.

Samen maken we een succesverhaal van de afbouw van de lockdown
Zoals elders in België vertoont het contactopvolgingssysteem dat in een recordtijd werd uitgebouwd in Brussel een paar kinderziektes. Door het beperkte aantal oproepen is dit dus een goed moment om de werkwijze te verfijnen, de laatste technische ontwikkelingen te voltooien en de competenties te verbeteren van de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de contactopvolging (empathie, luistervaardigheid …). Zo wordt er extra informatie voorbereid met experten van het FARES (Fonds des Affections Respiratoires), die een jarenlange expertise hebben in de opvolging van personen die besmet zijn met tuberculose.

110 callcentermedewerkers en zes medewerkers op het terrein houden zich vanaf maandag 1 juni actief bezig met de contactopvolging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Als er een nieuwe besmettingsgolf komt, kan Brussel een beroep doen op 185 medewerkers die al opgeleid en dus snel inzetbaar zijn om het contactopvolgingssysteem te versterken. Dat aantal kan zo nodig ook geleidelijk worden verhoogd.

De screening en contactopvolging van (mogelijke) dragers van het virus is van cruciaal belang voor een succesvolle afbouw van de lockdown. Dat vergt de medewerking en aanhechting van alle betrokkenen: besmette personen, dokters, laboratoria, ziekenhuizen … Enkel dan kunnen we hopen dat we zo snel mogelijk zullen terugkeren naar een normaal leven. 

*M.a.w. wanneer zij aan de medewerkers minstens één naam hebben vermeld van een persoon met wie zij contact hadden.

Eerste grootschalige verdeling van 800.000 mondmaskers aan de Brusselaars

Overeenkomstig de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad van 24 april 2020 om de bevolking aan te bevelen een mondmasker te dragen, wil het Brussels Hoofdstedelijk Gewest elke Brusselse burger een masker aanbieden. Een bestelling van 3,5 miljoen maskers werd geplaatst door Brussel Preventie en Veiligheid (BPV) en Iriscare, met hulp van hub.brussels om het lastenboek op te stellen en de producenten in Brussel en omgeving te identificeren.

Op woensdag 20 mei wordt een eerste lading van 800.000 maskers verdeeld onder de gemeentelijke overheden, de Brusselse gewestambtenaren (besturen en instellingen van openbaar nut), het personeel van de gemeentebesturen en OCMW’s. De maskers zijn gecertificeerd, vervaardigd in een wasbare stof, herbruikbaar en dubbel gelaagd. Er kan ook een filter in geplaatst worden.
 
Die grootschalige verdeling zal de volgende weken gestaag worden voortgezet. Tegen eind mei moet iedere Brusselaar ouder dan drie jaar van het Gewest een mondmasker gekregen hebben en in de loop van de maand juni volgt nog een tweede.

Voor deze eerste verdeling wordt nauw samengewerkt met de gemeentelijke overheden, die zelf bevoegd zijn om te bepalen hoe de maskers verdeeld worden onder hun inwoners, maar ook onder de volgende structuren: 

  • het personeel van de Brusselse instellingen en van de gemeenschapscommissies (COCOF, COCOM, COCON)
  • de plaatselijke gemeenschappen en OCMW’s;
  • de verblijfscentra voor volwassenen;
  • de diensten voor gezinshulp; 
  • de revalidatiecentra;
  • de opvang- en verblijfscentra voor personen met een handicap;
  • de psychiatrische verzorgingstehuizen;
  • de sociale collectieve instanties (opvang- en verblijfscentra, nachtopvang, sociale contactpunten, enz.);
  • de sociale economiebedrijven;
  • de opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven georganiseerd in vzw’s
  • de sport- en cultuurverenigingen die erkend zijn door het Brussels Gewest en de Gemeenschapscommissies

 Het dragen van een stoffen mondmasker – of comfortmasker – op het openbaar vervoer en daar waar de fysieke afstand niet gegarandeerd kan worden, vormt een kernonderdeel van de versoepeling van de lockdown. Het is een burgerlijk en ondersteunend gebaar van bescherming, een extra gebaar naast de andere gezondheidsmaatregelen.

Afbouw: opstart van fase 2 vanaf 18 mei

Vandaag, woensdag 13 mei, is de Nationale Veiligheidsraad (NVR) uitgebreid met de ministers-presidenten bijeengekomen. De NVR heeft op basis van het verslag van de experts van de GEES beslist om vanaf 18 mei fase 2 van het afbouwplan op te starten.

In deze fase gaat het vooral over de geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs onder strikte organisatorische voorwaarden. De kleuterscholen blijven in dit stadium gesloten en het hoger onderwijs heeft het einde van het academiejaar al georganiseerd samen met de gemeenschapsoverheden.

Een tweede aspect in deze fase is cultuur. De NVR heeft beslist dat musea en culturele bezienswaardigheden – historische gebouwen en monumenten, kastelen, citadellen – vanaf 18 mei weer open kunnen, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem opzetten en de nodige maatregelen nemen om te vermijden dat het te druk wordt. Bibliotheken blijven open, onder dezelfde voorwaarden als nu.

Wat het economische leven betreft – daar is beslist dat de contactberoepen in deze fase hun activiteit kunnen hernemen, onder bepaalde voorwaarden. Zo moeten ze werken op afspraak, een mondmasker of mondneusbescherming dragen (personeel en klanten) en moeten ze de veiligheidsafstand tussen de klanten respecteren. Verder mogen er – met instemming van de lokale overheden –  opnieuw markten worden georganiseerd. Die markten mogen maximaal 50 kramen hebben, er moet een circulatieplan worden opgesteld en de veiligheidsafstand moet altijd gerespecteerd worden. Het dragen van een masker of mondneusbescherming is verplicht voor de marktkramers en hun personeel en wordt ook voor klanten sterk aanbevolen.

Tot slot zijn er nog een aantal andere beslissingen genomen met betrekking tot sport en vrije tijd. Trekpleisters in de natuur, zoals dierenparken, zullen ook weer open mogen gaan, op voorwaarde dat ze een online of telefonisch ticketingsysteem invoeren om de toegang voor het publiek te beperken, een circulatieplan opstellen en dat cafetaria’s en restaurants gesloten blijven, net als attracties en speeltuinen. Reguliere sporttrainingen en -lessen in de buitenlucht en in clubverband mogen worden hervat, als ze de veiligheidsafstand respecteren en als er een coach aanwezig is. De groepen mogen niet groter zijn dan 20 personen en sportclubs mogen alleen heropenen op voorwaarde dat alle maatregelen worden genomen om de veiligheid van de sporters te waarborgen. Wat huwelijken en begrafenissen betreft, zal het mogelijk zijn om vanaf 18 mei een maximum van 30 personen te ontvangen op plechtigheden, onder bepaalde voorwaarden, waaronder het respecteren van de veiligheidsafstand. Het is echter niet toegestaan om na de plechtigheid een receptie te organiseren.

De volgende stap in het afbouwplan zal niet vóór 8 juni plaatsvinden. En na fase 3 zullen er nog meer fases volgen. Er zijn veel activiteiten die weer opstarten en dat heeft een impact op de contacten tussen mensen. Het is de bedoeling om mensen gespreid in de tijd hun gewoontes weer te laten opnemen, om dat zo veilig mogelijk te kunnen doen.  

Het gedetailleerde plan voor de geleidelijke afbouw van alles wat sport en cultuur is, zal worden gecommuniceerd zodra er een akkoord over is met de GEES. Hetzelfde geldt voor de geleidelijke hervatting van de toeristische activiteiten en de heropening van restaurants, terrassen en cafés.

We zullen ook moeten bekijken in welke fase en onder welke voorwaarden we de sociale contacten kunnen uitbreiden, zomerstages en jeugdkampen kunnen laten doorgaan, erediensten kunnen laten hernemen en manifestaties en evenementen van diverse omvang kunnen laten doorgaan.

We kunnen u nu al zeggen dat alle culturele, sportieve, toeristische en recreatieve evenementen verboden zijn tot en met 30 juni.

Brussel heeft zijn ‘contact tracing’-systeem ontwikkeld

De Nationale Veiligheidsraad heeft besloten dat de inperkingsmaatregelen geleidelijk zullen worden afgebouwd vanaf 4 mei en dat deze afbouw afhankelijk zal zijn van een uitgebreide sreening (testen) en een grootschalige opvolging van contacten (contact tracing). Het is aan de deelentiteiten om dit systeem praktisch op te zetten.

Het virus is nog steeds aanwezig in België. Om de inperkingsmaatregelen te kunnen beëindigen en terug te keren naar een meer normaal leven, stellen de deskundigen voor om besmette personen in quarantaine te plaatsen en degenen met wie ze recent contact hadden, zo snel mogelijk te verwittigen, zodat die zichzelf kunnen monitoren en zich ook kunnen isoleren. We evolueren van een algemene afzondering naar een isolering van personen die aan het risico op besmetting zijn blootgesteld. Het is een collectieve solidariteitsactie die wordt ondersteund door een opvolging van contacten in heel het land.

Op initiatief van de gewestelijke minister van Gezondheid en Welzijn, Alain Maron, is het Brusselse systeem voor de bestrijding van de epidemie onlangs door de regering goedgekeurd. Het zal dus, zoals gepland, op maandag 4 mei de testfase kunnen ingaan om operationeel te zijn vanaf maandag 11 mei, de echte start van de geleidelijke afbouw van de inperkingsmaatregelen.

Het systeem zal bestaan uit een callcenter met 170 medewerkers en een terreinteam met 65 medewerkers om de personen te bereiken die niet telefonisch konden worden gecontacteerd. Om deze operatie tot een goed einde te brengen, heeft de Brusselse overheid de beschikbare personen binnen de administraties geheroriënteerd, maar ook en vooral een beroep gedaan op de mutualiteiten, die zich om verschillende redenen als voorkeurspartner hebben geprofileerd:

  • ze beschikken over een gevestigde expertise in gezondheidszaken en zijn betrouwbare partners vanwege hun organisatorische kracht;
  • ze kunnen snel grote personele middelen beschikbaar stellen en deze voortdurend aanpassen aan de behoeften, naarmate de situatie op het terrein verandert;
  • ze voldoen al lang aan de privacy-vereisten en kunnen ‘tutorials’ aanbieden aan het contactcenterpersoneel;
  • ze hebben, voor de huisbezoeken aan personen die niet door het callcenter konden worden bereikt, kennis van het Brusselse werkveld, de doelgroepen en de maatschappelijke bezorgdheden.

Om in de nodige capaciteit te voorzien, zijn de mutualiteiten van plan om samen te werken met het callcenter van N-Allô.

De ‘contact tracing’-procedures, die tussen alle entiteiten zijn overeengekomen en dus in heel België identiek zullen zijn, zullen als volgt verlopen:

  1. In eerste instantie wordt aan elke persoon met symptomen gevraagd contact op te nemen met de huisarts. In het Brusselse gewest kunnen personen zonder huisarts contact opnemen met het nummer 1710 om er een te vinden.
  2. Met de arts wordt een eerste evaluatie gemaakt om de eerste maatregelen te nemen en, indien nodig, een screeningtest uit te voeren.
  3. De arts of het laboratorium voert de gegevens van de besmette persoon in de centrale databank in.
  4. Een eerstelijnsmedewerker van het callcenter neemt contact op met de betrokken persoon, informeert die over het resultaat, verifieert de symptomen en geeft instructies om de verspreiding van de epidemie te voorkomen, met inbegrip van een quarantaine gedurende 14 dagen. De medewerker stelt met de betrokken persoon de lijst op van de personen die deze heeft ontmoet in de 48 uur vóór het begin van de symptomen tot aan de isolering. Deze contacten worden gerangschikt in functie van het risico om de ziekte te hebben opgelopen op basis van de nabijheid (< 1,5 m), de duur van het contact (> 15 min.) en het beroep.
  5. Deze contacten worden ook in de databank ingevoerd.
  6. Andere callcentermedewerkers nemen contact op met de ‘contactpersonen’ van de besmette persoon. Deze worden geïnformeerd dat ze in contact zijn geweest met een besmette persoon (waarbij de callcentermedewerker de gegevens van de besmette persoon echter niet kent) en in functie van hun situatie wordt hun geadviseerd om zichzelf te monitoren, een test te laten afnemen, zichzelf te isoleren, enz. Als ze symptomen hebben, worden ze op hun beurt een vermoedelijk besmet persoon en worden hun contacten in de databank ingevoerd.
  7. Tot slot, kunnen de callcentermedewerkers gedurende de twee weken na de besmetting opvolgingscontacten uitvoeren om te controleren of er symptomen zijn en om de aanbevelingen op te volgen.

Hoewel de meeste contacten telefonisch zullen kunnen worden gelegd op basis van een standaardvragenlijst door administratief personeel (eerstelijnscallcenter), is het te verwachten dat in 20% van de gevallen meer gespecialiseerd personeel (verpleegkundige of vergelijkbaar profiel, tweede lijn) of zelfs een arts (derde lijn) nodig zal zijn. Deze ondersteuning is des te belangrijker in de opstartfase van het project.

Contacten die niet telefonisch kunnen worden gelegd of die als niet-conform worden beschouwd, vereisen een bezoek ter plaatse. Er zullen verschillende teams worden opgericht om deze opvolging op het terrein te verzekeren.

De federale overheid ontwikkelt een informaticaplatform om de gegevens van de geteste en gecontacteerde personen te coderen, de dossiers op te volgen en de gegevensstromen en -uitwisselingen mogelijk te maken.  Het betreft een webplatform dat kan worden gebruikt zonder IT-ontwikkeling of bijkomende gebruikersopleiding door de deelentiteiten. De gegevens worden gehost bij Sciensano. E-health staat in voor de naleving van de privacyregels.

Het totale bedrag van de operatie voor de komende drie maanden bedraagt 7.280.162 euro. De situatie zal uiteraard voortdurend opnieuw worden beoordeeld in het licht van de ontwikkelingen.

Voor Alain Maron: “Het systeem dat in minder dan twee weken tijd is opgezet, is evenzeer een uitdaging als een noodzaak om ervoor te zorgen dat de afbouw van de inperkingsmaatregelen kan worden voortgezet en de epidemie zo veel mogelijk wordt ingedamd. Dit systeem van testen en isoleren van personen die aan het virus zijn blootgesteld, vormt een aanvulling op de hygiënemaatregelen en de sociale-afstandsregels die centraal blijven staan. Dankzij dit systeem zijn we nu beter uitgerust om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Toch blijft onze beste bescherming meer dan ooit ieders waakzaamheid. Tot slot wil ik de mutualiteiten van harte danken voor hun betrokkenheid bij het project. Ze staan garant voor zowel nauwgezetheid als deskundigheid en menselijkheid.

Rusthuizen krijgen tablets

De isolementsmaatregelen die aan Rusthuizen en Rust- en Verzorgingstehuizen (ROB-RVT’s) worden opgelegd, zijn weliswaar noodzakelijk om de epidemie in te dammen, maar kunnen ook schadelijk zijn voor de gezondheid van de bewoners die, geïsoleerd van hun familie en zonder directe sociale contacten, in een depressie zouden kunnen terechtkomen.

Daarom krijgen de ROB-RVT’s op initiatief van de minister van Welzijn en Gezondheid, Alain MARON, en de minister bevoegd voor Digitalisering, Bernard CLERFAYT, tablets die door hun bewoners kunnen worden gebruikt.

De teams die actief zijn in de ROB-RVT’s zullen in functie van hun beschikbaarheid om beurten de bewoners begeleiden bij videogesprekken met hun familie, al is het maar voor een paar minuten.

Deze maatregel maakt deel uit van een reeks maatregelen die een humaan isolement moeten garanderen.

“Uiteraard is de situatie van elk ROB-RVT anders. Voor sommigen van hen zal de implementatie van deze videogesprekken pas over enkele weken mogelijk zijn, wanneer de situatie wat rustiger is geworden, maar we stonden erop dat elke Brusselse instelling nu al over deze mogelijkheid zou kunnen beschikken omdat we ervan overtuigd zijn dat we door het vermenigvuldigen van deze kleine openingen naar de buitenwereld, iedereen hoop kunnen geven.”, zegt Alain MARON.

Volgens Bernard CLERFAYT “kunnen nieuwe technologieën ons dagelijks leven aanzienlijk verbeteren doordat zij het mogelijk maken om nieuwe contacten te leggen en bestaande contacten te onderhouden. Dankzij de tablets die in de rusthuizen worden verdeeld, wordt het isolement van de bewoners verzacht en krijgen zij de mogelijkheid om toch even contact te hebben met hun naasten en familie”.

Nieuwe maatregelen voor de welzijns- en gezondheidssector

De Brusselse regering heeft op voorstel van de minister van Welzijn en Gezondheid Alain Maron en de Minister-President Rudi Vervoort 22,5 miljoen euro extra vrijgemaakt ter ondersteuning van aanvullende crisismaatregelen in de welzijns- en gezondheidssector.

Het betreft onder meer de volgende maatregelen:

1. Begeleiding bij de afbouw van de inperkingsmaatregelen
In het kader van de exitstrategie heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een reeks maatregelen genomen om te kunnen aansluiten bij de ‘contact tracing’-strategie die op federaal niveau wordt gecoördineerd.

·       Uitvoering van de ‘contact tracing’ (10 miljoen euro)
Deze maatregel houdt specifiek verband met de afbouw van de lockdown. Contact tracing via call center moet het mogelijk maken om -zodra een arts een Covid-19 geval heeft geverifieerd- een lijst van contacten op te stellen die deze persoon in de twee voorgaande weken heeft gehad. Deze contacten zullen op hun beurt telefonisch op de hoogte worden gebracht en zullen contact moeten opnemen met hun huisarts als ze symptomen vertonen om zich te laten testen. Deze maatregel zal minstens een jaar duren, maar moet een schaalgrootte hebben die kan worden aangepast aan de evolutie van de epidemie. Een eerste scenario op basis van 1.000 nieuwe gevallen per dag in België schat de personeelsbehoefte voor het Brusselse gewest op 340 personen, onder wie 220 callcentertechnici, 70 gezondheidswerkers op het terrein en 50 gezondheidsdeskundigen (verschillende profielen).  De precieze modaliteiten voor de uitvoering van de tracing worden momenteel met de andere entiteiten besproken.

·       Oprichting van quarantainestructuren (2,5 miljoen euro)
In het kader van het beperken van de verspreiding van het virus is de belangrijkste aanbeveling om thuis te blijven in geval van infectie. Maar dit is niet altijd mogelijk. Ofwel omdat de persoon in kwestie geen woning heeft, ofwel omdat de persoon samenwoont met anderen uit risicogroepen en die het risico lopen op een ernstige vorm van de ziekte als ze blootgesteld zouden raken (hartpatiënten, diabetespatiënten, mensen met immunodeficiëntie, bejaarde personen). Sinds het begin van de crisis blijken hotels of jeugdherbergen een oplossing te zijn om een quarantainestructuur op te zetten. De Brusselse regering heeft daarom een budget gereserveerd voor de terbeschikkingstelling van kamers.

·       Gecentraliseerde bestelling van stoffen mondmaskers voor Brusselaars
Naar aanleiding van de beslissing van de Brusselse regering (23 april) betreffende het gecentraliseerd bestellen van maskers voor burgers en naar aanleiding van de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad om het dragen van maskers aan te bevelen en te verplichten in het openbaar vervoer heeft Minister-President Rudi Vervoort Brussel Preventie en Veiligheid de opdracht gegeven om stoffen maskers aan te kopen voor alle Brusselse burgers, zodat elke burger over minstens één stoffen masker (inclusief filter) kan beschikken.

2.  Aanvullende investering in beschermingsmateriaal voor de eerstelijnssectoren (8 miljoen euro/2 maanden)
Dit bedrag moet het mogelijk maken om gedurende twee maanden te voldoen aan de materiële behoeften, namelijk chirurgische maskers, FFP2-maskers, overschorten, gelaatsschermen, handschoenen, haarkapjes en overschoenen voor alle eerstelijnssectoren, met uitzondering van ziekenhuizen.
In elk van de sectoren wordt de regelmatige verdeling van dit materiaal voortgezet.

3.  Ondersteuning van de voedselhulpsector (480.000 euro)
Het inkomensverlies dat momenteel een deel van de bevolking treft, heeft geleid tot nieuwe humanitaire noodsituaties. De vraag naar voedselhulp neemt toe, terwijl een deel van de voedselhulpsector niet meer operationeel is  (30% van de diensten heeft moeten sluiten) en een andere deel met vertraging werkt. Bovendien heeft de crisis ook een vraag naar voedselhulp doen ontstaan bij een nieuw publiek, dat normaal gesproken geen voedselhulp ontvangt. Dit publiek verplaatst zich massaal naar de verdeelpunten. De actoren moeten dus de groeiende vraag en de verzadiging bij de verdeelpunten in goede banen leiden, aangezien er in sommige zones geen voedselhulp voorhanden is.
Om deze moeilijkheden het hoofd te bieden, zijn de volgende maatregelen genomen:
– Versterking van de coördinatie van de voedselhulp van de Federatie van de Bicommunautaire Maatschappelijke Diensten (59.800 euro);
– Steun aan het DREAM-project van het OCMW van de Stad Brussel (project voor socioprofessionele inschakeling dat onverkochte verse groenten en fruit van de Brusselse Vroegmarkt recupereert en herverdeelt – 220.000 euro);
– ontwikkeling van concrete projecten op het terrein in samenwerking met de diensten van de voedselhulpsector, de gemeenten en de OCMW’s (200.000 euro).

4. Strijd tegen het isolement en ondersteuning van personen in sociale noodsituaties
·       Creatie van een oproeplijn voor bejaarde personen in woon-zorgcentra en geïsoleerde bejaarde personen
Creatie van een telefoonlijn om de bewoners van de woon-zorgcentra in het Brusselse gewest psychologische ondersteuning te bieden tijdens deze periode van inperking en afzondering met soms dramatische gevolgen voor het gevoel van psychisch isolement.

·       Voortzetting van het telefoonnummer voor sociale noodsituaties (133.000 euro/9 maanden)
Dit nieuwe noodnummer (0800 35 243) bestaat al sinds het begin van de inperkingsperiode. Deze dienst is bedoeld voor personen in moeilijkheden die geen antwoord kunnen vinden op hun vragen, omdat de diensten waarvan ze gewoonlijk gebruikmaken, gesloten zijn of omdat het de eerste keer is dat ze vragen hebben met betrekking tot hun precaire sociale situatie.

·       Oprichting van een mobiel team ter versterking van de maatregelen in verband met verslavingen (415.300 euro/8 maanden)
De gezondheids- en sociale situatie van de meest precaire drugsgebruikers is sinds de coronaviruscrisis verslechterd door de vermindering van de activiteit van tal van diensten. Er zijn initiatieven genomen, maar de situatie van veel patiënten baart de sector zorgen. Een mobiel team (415.300 euro/8 maanden) werd opgericht om de gezondheidsrondes uit te breiden en zo de band met patiënten met wie de therapeutische banden zijn verzwakt, opnieuw aan te knopen.

Tot slot is er een protocolakkoord gesloten tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de vzw New Samusocial en het Europees Parlement voor de periode van 27 april tot 31 juli 2020. Het Europees Parlement heeft immers concrete solidariteitsmaatregelen voorgesteld voor de burgers van zijn gaststeden, waarvan Brussel deel uitmaakt. Het betreft onder meer de volgende maatregelen:

  • Gratis terbeschikkingstelling van een deel van het Helmut Kohl-gebouw aan de de Meeûssquare in Brussel om tegemoet te komen aan de huisvestingsbehoeften van dakloze vrouwen die zich sinds de COVID-19-epidemie in een extra kwetsbare situatie bevinden;
  • Gratis terbeschikkingstelling van 20 personenwagens met chauffeurs voor het exclusieve vervoer van medisch personeel in het kader van professionele verplaatsingen en binnen de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bezoek in de Brusselse woon- en zorgcentra

Op beslissing van de Nationale Veiligheidsraad van 15 april 2020 is een nieuwe reeks maatregelen van kracht geworden in ons land, waaronder het toestaan van bezoek in de woon- en zorgcentra onder strikte voorwaarden.

Om deze federale maatregelen te kunnen uitvoeren, maar tegelijk de inspanningen om de verspreiding van het virus te vertragen voort te zetten en kwetsbare personen te beschermen, heeft het Brussels Gewest onmiddellijk, de dag na de aankondiging, een reeks raadplegingen georganiseerd waarbij de rusthuisfederaties, de vakbondsafgevaardigden en de overheid betrokken waren.

Dit overleg heeft geresulteerd in een akkoord in de vorm van een omzendbrief die vandaag aan alle woon- en zorgcentra zal worden toegezonden en die als bijlage bij dit persbericht is gevoegd. Het basisprincipe blijft het verbod op bezoek in deze instellingen. Naast essentieel en vitaal bezoek is voortaan ook begeleid bezoek toegestaan, zij het onder strikte voorwaarden.

Het Brussels Gewest is bezig met het personeel en de bewoners van de woon- en zorgcentra systematisch te testen. Voor elke inrichting geldt dat het begeleid bezoek pas zal mogen plaatsvinden wanneer het screeningsproces in de inrichting in kwestie volledig is afgerond, dat wil zeggen (1) na de screening en (2) als de omstandigheden het toelaten:

1. Na de screening:

Dit betekent: nadat de grootschalige screening van de bewoners en het personeel is uitgevoerd, de resultaten zijn bezorgd en geanalyseerd, en de eventueel op grond van de resultaten te nemen maatregelen (cohorte- of andere maatregelen) daadwerkelijk zijn geïmplementeerd.

2. Als de omstandigheden het toelaten:

Anders gezegd: nadat alle nodige maatregelen zijn genomen om de instelling in staat te stellen bezoekers in goede veiligheidsomstandigheden te ontvangen, met inbegrip van voldoende personeel om de bezoeken te organiseren en te begeleiden, en dit met bijzondere aandacht voor de noden van gedesoriënteerde bewoners.

Naast de organisatie van bezoek worden nog andere maatregelen genomen:

  • vanaf vandaag verdeelt Iriscare tablets in de woon- en zorgcentra. Deze zullen het mogelijk maken om in de rusthuizen waar het mogelijk is, videocontact met familieleden op te zetten;
  • er is een hulplijn voor psychologische ondersteuning ingesteld die specifiek bedoeld is voor bewoners van woon- en zorgcentra, in samenwerking met de Dienst voor Geestelijke Gezondheidszorg van de ULB.

Voor minister van Welzijn, Alain Maron: “De afzonderingsregeling woog elke dag wat meer op de rusthuisbewoners, voor wie het isolement een even gevaarlijke bedreiging kan blijken te zijn als het virus zelf. Daarom was het noodzakelijk en dringend om deze afzondering menselijker te maken.  De uitdaging was om dit te kunnen doen in overleg met de woon- en zorgcentra en rekening houdend met het tempo, de capaciteiten en de middelen van elk van hen. Het bereikte akkoord maakt het volgens mij mogelijk om dit evenwicht te bereiken. Zoals in alle sectoren zal deze afbouw van de maatregelen geleidelijk verlopen. Dit is een eerste stap, met een sociale, psychologische en menselijke bedoeling. Andere begeleidingsmaatregelen voor bejaarde personen en hun families worden genomen en dat zal ook in de toekomst zo zijn.”